<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<itemContainer xmlns="http://omeka.org/schemas/omeka-xml/v5" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://omeka.org/schemas/omeka-xml/v5 http://omeka.org/schemas/omeka-xml/v5/omeka-xml-5-0.xsd" uri="https://cicmrpdigitalarchives.slu.edu.ph/items/browse?output=omeka-xml&amp;page=2&amp;sort_field=Dublin+Core%2CTitle" accessDate="2026-05-10T03:19:01+08:00">
  <miscellaneousContainer>
    <pagination>
      <pageNumber>2</pageNumber>
      <perPage>10</perPage>
      <totalResults>11</totalResults>
    </pagination>
  </miscellaneousContainer>
  <item itemId="19200" public="1" featured="0">
    <fileContainer>
      <file fileId="18863">
        <src>https://cicmrpdigitalarchives.slu.edu.ph/files/original/29146ad6334975500f637fdcb01f2290.pdf</src>
        <authentication>6fd8793c3abd7aa43906636b4ff8e787</authentication>
        <elementSetContainer>
          <elementSet elementSetId="4">
            <name>PDF Text</name>
            <description/>
            <elementContainer>
              <element elementId="92">
                <name>Text</name>
                <description/>
                <elementTextContainer>
                  <elementText elementTextId="186844">
                    <text>Verrijzenisviering van
E.H. Antoon DE SOMER

Sint-Aioisiusgemeenschap - Broeders van Liefde
Gent- woensdag 14 juli 1993

�lntredelied

1. Uit dlep- ten van el· len- de roep

lk. Heer,

jffifFFIDT~~~
roep lk om hulp tot U, Gij kunt

Mljn

mij

red· den:

ziel ver· wacht van U ver- los- sing, Heer.

2. Aanhoor mljn achrelen en mljn smeken, Heer,
wll naar mijn beed' uw oar te lulst'ren leggen :
3. Zo GIJ de zonden blijlt gedenken, Heer,
wie zou voor U, och Hear, nag staande blijvan:
4. Doch uw vergeving, schenkt Gij altljd, Heer,
zo blijven allen U eerbiedlg dienen :
5. Op U blljlt oak mljn ziel vertrouwen, Heer,
en zij vertrouwt uw woord en uw beloften :
6. Maar dan de wachter 's nachts op dagend Iicht,
vertrouwt mljn ziel val hoop op uw verhorlng :
7. De wachters mogen ultzlen naar het Iicht,
en Israel, uw volk, naar U verlangen:
8. BIJ U Is waarlijk mededogen, Heer,
verlosslng en genade overvloedlg :

�Begroeting
Broeders en zusters,
E.H. Antoon De Somer is van ons heengegaan. Zijn heengaan heeft
ons erg beroerd. Nu denken wij aan het verhaal van zijn Ieven, hoe het
gekleurd was door het geloof dat de Hear Jezus zin en betekenis geeft
aan ons bestaan.
Ook wij trachten te geloven dat het Ieven een mysterie is van vreugde
en droefheid, van Ieven en dood, en dat Jezus de waarheid en het Iicht
is op weg naar blijvend geluk.
Gestorven zijn is Ieven bij de genade van God, niet aan tijd of plaats
gebonden, maar werkelijk vereend in geest en onvergankelijk geluk.
Gelovig sterven is afscheid nemen van de tijd, niet van het Ieven, is
zichzelf blijven zoals men geworden is, is het ene mysterie verlaten om
het andere in te gaan, is op het woord van Jezus de hoop verwisselen
voor de zekerheid dat God liefde is.

Openingslied

Ill:· ~.
R
I ,.: • ,,
I

I

.,

"'iii ..: I "' r-~·f~l;d

Equl-em • aetl!r- nam d6-na 1!- Is

ae :

I

I

_.I"

I ~ .•2.,~ .• ~,. ,.: II

et lax perpf-tu- a

I

I

I

I

l~ce- at

,_

~·

I• I •

I

I

I ' I

'·I .•.. ,

D6ml-

.

Is.
I

I

I

Pt. Te d6-&lt;et bymau1 Df.us Ia Sf- oa, et tl-bl reddl!tur
I

I

•

•

•

•

I

•••

I

I

••

v.Stum Ia Jenla-lem : • edadl ora-ti- 6acm m4!- am,

I• I

•

I

I

I

I

e• ~ al I I u

te 6mnla dro rial-ct. Requl·cm.

2

1

I•c
ad

�Schuldbelijdenis
Pr.: God is liefde, maar omdat wij die liefde niet altijd beleefd hebben
tegenover God, tegenover onze dierbare overledene Antoon, tegenover elkaar, vragen wij nu om vergeving:
Le.: Onbegrijpelijke God, Gij zijt Ieven en geen dood. Gij zijt Iicht en
geen noodlot. Bewaar het Ieven van uw dienaar Antoon als Iicht in
ons hart, als een zegen die ons nooit verlaat.
Kyrie eleison
Le.: Goede God, wij vragen vergiffenis voor aile fouten, tekort aan liefde
en goedheid, tekort aan eerbied, die wij ooit tegenover priester
Antoon hebben begaan en ook voor aile fouten die wij ooit hebben
begaan tegen mensen, die nu reeds gestorven zijn.
Christa eleison
Le.: Goede God, in naam van Jezus, uw Zoon, geefvrede en troostaan
allen die Ieven moeten met de dood voor ogen en aan allen die nu
treuren om het heengaan van uw dienaar Antoon, en wij willen
geloven dat hij nu reeds bij U is.
Kyrie eleison
Pr.: Moge de almachtige God zich over ons ontfermen, ons omringen
met de bemoediging van zijn vergiffenis en ons leiden tot berusting
en aanvaarding. Dit vragen wij U door Christus, onze Heer.

=-= • ~· ,,.. •• •. : a: ~
K bh!~~·~~~~~~~~~~~~~:~~
VI

J..!!!

I~ 1-son. biJ Chrl-ste

Y- rl- e • C·

e·

1~-

1 • •• II:: ~ I=~ • I-=
~

II

~'11·

".,.. I
• • •. I • •b•.•.

1-IOD. bil Ky· rl- e

e-

I~ 1-son.

I

,.,.. • • •· II
c·

16- l-eon.

3

Kf-ri· e

�Openingsgebed
Heer, God, ons hart is vol droefheid en onze geest kan zo moeilijk
aanvaarden wat is gebeurd. Uw woorden klinken vanuit de verte en
vinden moeilijk een weg door ons verdriet. Toch bidden wij U:
Heer, uw dienaar en priester Antoon, hebt Gij tijdens zijn Ieven uw gaven
in handen gegeven. Wij vragen U datal het goede dat hij gezaaid heeft
tot volle wasbloei mag komen. En dat hij bij U de vreugde mag vinder:t
voor altijd. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die met U leeft en
heerst in de eenheid van de heilige Geest, God door de eeuwen der
eeuwen. Amen.

Eerste lezing
Uit de Openbaring van de heilige apostel Johannes
lk, Johannes, zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde;
de eerste hemel en de eerste aarde waren verdwenen en de zee
bestond niet meer.
En ik zag de heilige Stad, het nieuwe Jeruzalem, van God uit de hemel
neerdalen, schoon als een bruid die zich voor haar man heeft getooid.
Toen hoorde ik een machtige stem die riep van de troon:
"Zie hier Gods woning onder de mensen! Hij zal bij hen wonen, zij zullen
zijn volk zijn, en Hij, God-met-hen, zal hun God zijn. Hij zal aile tranen
van hun ogen afwissen en de dood zal niet meer zijn; geen rouw, geen
geween, geen smart zal er zijn want al het oude is voorbij".
En Hij die op de troon is gezeten, sprak: "Zie ik maak a lies nieuw".
Tot zover deze lezing.

4

�TEKST: M, VERHAASDONCK
MUZIEK: J, DE SUTTER

(DIES !RAE)

~;:_g-+-~~I~~:l~:::-:~ OJ ·+ ·&gt; ·:.:_~
Heer, her- In - ner U
~n

die

1\~-men

de

van

hen

nlet dat ze kwa-men langs de

v~r-g~et

ge-stor-ven zijn,
van de pijn.

~-ten

~ 1J I J J
langs de

•~-gen

J J I ¥~- -~;£ ~::~1%_:::::_{~
van het lij-den, door hct woud der

een-zaam-held, naar het dag en nacht ver-bel-de

tiLtt. J
Va-d~r-huls,

J

J J I 4 II

hun toe-be-reid.

2. Die Maria hebt vergeven en de rover aan het kruis,
laat de doden eeuwig Ieven met U in het paradijsl
Heer, herinner U de namen, oordeel hen en spreek hen vrij,
en bedek hun schuld en laat hen zitten aan uw rechterzij.
3. Waarheen zal een mens zich keren staande voor uw
aangezicht,
die uw liefde moet ontberen bij het eindelijk gericht?
Heer, zo Gij niet wordt bewogen door het breken van zijn stem,
door de droefheid in zijn ogen, is bij niemand heil voor hem!

5

�Evangelielezing:
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
In die tijd riep Jezus de twaalf bijeen en gaf hen macht en gezag over
aile boze geesten en de kracht om zieken te genezen. Daarop zond Hij
hen uit om het Rijk Gods te verkondigen en genezingen te verrichten.
Later wees de Heer zeventig anderen a an en zond hen twee aan twee
voor zich uit naar aile steden en plaatsen waarheen Hijzelfvan plan was
te gaan. Hlj sprak tot hen: "De oogst is groot, maar arbelders zijn er
weinig. Vraag daarom de Heer van de oogst arbeiders te zenden om te
oogsten. Ga dan, maar zie: lk zend u als lammeren tussen de wolven.
In ieder huis waar gij binnengaat, laat uw eerste woord daar zijn: Vrede
aan dit huis! In elke stad waar ge binnengaat en ontvangen wordt, eel
wat u wordt voorgezet, genees de zieken die er zijn, en zeg: Het Rijk
van God is dicht bij u.

Homilie

6

�Voorbeden
Pr.: Laten wij nu in vertrouwen tot God bidden om wat ons allen ter harte
gaat.
Le.: Wij bidden voor allen die rouwen over het heengaan van een goed
familielid, priester en vriend, dat wij in onze rouw toch gelukkig
kunnen zijn voor al het goede dat wlj door hem ontvlngen.
Laat ons bidden.

. __ .....

-. .., ..._

_..

,......_._

Le.: Voor Antoon, die in Gods Blijde Boodschap de kracht vond om zich
totaal in te zetten als priester Gods;
dat de Hear hem voor altijd mee laat delen in de vreugde van zijn
aanwezigheid. Laat ons bidden.
Le.: Met het oog op de grote oogst en de w~inige arbeiders, bidden wij
de Hear van de oogst om medewerkers die arbeiden in de geest
van onze overledene. Last ons bidden.
Le.: Wij willen ook bidden voor allen, die door hun goede zorgen,
genegenheid, vriendschap voor Antoon een bemoediging waren op
zijn levensweg. Oat God hen mag zegenen met de genade van een
blijvende innerlijke vrede. Laat ons bidden.
Pr.: Heer God, last niets uit het Ieven van de overledene verloren gaan.
Laat het vrucht voor veel geloof en liefde worden voor ons allen die
hier samen bidden, in Jezus'naam. Die met U leeft en hearst in de
eeuwen der eeuwen. Amen.

7

�Offerandelied

1.

lk

ata

voor u In

leeg· te

en

ge· mls.

vreemd Ia uw naam. on· vlnd· bear zljn uw we· gen.

GIJ zljt ml)n God. slnds men- sen- heu- ge- nla.
--~

. -~T-J -J . _j
dood

Ia

mljn

lot. hebt GIJ ean and'· re

ze- gen 7

.--,----;=_aj-f:J:J~~~=rl]i;_:~
Zljt GIJ

de

God biJ

wle

mljn

toe-

·

komst

Is ?

JE··m:tw--~~~-:4:=.-···-·m·J-~H·
-~. .
·-· --~L. -.-·-- .
Hear. lk ge· loof, waar- om ataat

Gij mij te- gen.

2. MIJn dagen zljn door twl)fel ovarmand,
lk ben gevangen In mljn onvermogen.
Hebt GIJ mljn naam geachreven In uw hand.
zult Gij mlj bergen in uw mededogen 7
Mag lk nog levend wonen In uw land,
mag. lk nog eenmaal zlen met nleuwe ogen 1

8

�Gebed over de gaven
Heer God, vaak heeft uw priester Antoon De Somervoor ons "het brood
gebroken en de wijn gedeeld". In dit gastvrij en delend gebaar heeft hij
Jezus, uw Zoon, gebroken en gedeeld in zijn kring.
Zo brengen wij vandaag brood en wijn op tafel, en bidden U dat de Heer
Jezus tussen ons gebroken en gedeek:l wordt tot kracht en Ieven voor
nu en aile eeuwigheid. Amen.

Prefatie
Pr.: De Heer zal bij u zijn.

AI.: En met uw geest.
Pr.: Verhef uw hart.

AI.: Wlj zijn met ons hart blj de Heer.
Pr.: Brengen wij dank aan de Heer onze God.

AI.: Hij II ooze dankbaarheid waardig.
Pr.: Heilige Vader, machtige eeuwige God,om recht te doen aan uw
heerlijkheid, om heil en genezing te vinden zullen wij U danken,
altijd en overal door Christus onze Heer. Want Hij die uit de dood is
opgestaan, Hij is het Iicht der werek:l, onze enige hoop; in onze
angst, omdat wij moeten sterven, troost ons uw belofte, dat wij eens
onsterfelijk zullen zijn met Hem. Gij neemt het Ieven, God, niet van
ons af, Gij maakt het nieuw, dat geloven wij op uw woord; en als
ons aardse huis - ons lichaam -, afgebroken wordt, heeft Jezus al
een plaats voor ons bereid in uw huis, om daarvoorgoed te wonen.
Daarom, met aile engelen, mach ten en krachten, met allen die staan
voor uw troon, Ioven en aanbidden wij U: en zingen U toe met de
woorden:

9

�XIII. L

s

1 ···1

-

I • flf
Anctua, • Sanctua,

If~~

Sanctus ()6mlaus De- us SA-

..
' ., ., ••.. ,.,.I•· ,--.-

... oth. J'lo.nt aunt c:aell

~

et terra g10-rl- a tu- a. Ho-daaa

'·•·•·1,.••· .. ,. ''~ '·.1~
Ill ac61•. Be-n&amp;dlctu qui v~nlt In DOmine D6ml-ul.

I • ! • ' p ·= I

10

�Eucharistisch gebed
Pr.: Ja, waarlijk heilig zijt Gij, Vader, Gij zijt de bron,
uit U stroomt aile heiligheid. Stort uw Geest nu uit over deze gaven,
zodat zij voor ons geheiligd worden tot lichaam en bloed
van Jezus Christus, uw Zoon.
Toen Hij werd overgeleverd, en vrijwillig zijn lijden aanvaardde, nam
Hij brood in zijn handen, dankte U, brak het om het te verdelen onder
zijn leerlingen en sprak:
'Neem en eet hiervan, gij allen, want dit is mijn lichaam, dat voor u
gegeven wordt'.
Na de maaltijd nam Hij ook de beker in zijn handen, dankte U
opnieuw, reikte hem aan zijn leerlingen, en sprak:
'Neem deze beker en drink hier allen uit, want dit is de beker van
het nieuwe, altijddurende verbond; dit is mijn bloed, dat voor u en
aile mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden.
Blijf dit doen om Mij te gedanken'.
Verkondigen wij het mysterie van het geloof:

&amp;•1· J J n o Jn a
H- .... 1:11a, wil .,.,.. 11oft. d~ e-n uw 4oad

.. wiJ M-

''(r8JJ J JDOJII
IIJ- den tot Gil w• -.. bert Ml Gil -

... nn liiJt.

Pr.: Daarom gedanken wij, zoals Hij het heeft gewild, dat uw Zoon is
gestorven en verrezen, heilige Vader, en wij bieden U aan wat Hij
ons heeft gegeven: dit brood dat Ieven geeft, en deze beker die ons
redde van de dood.

11

�VVij danken U, omdat Gij sinds die dag ons waardig hebt bevonden
voor uw Aanschijn te treden en U dit offer te bereiden. VVij hebben
deel voortaan aan het lichaam en het bloed van uw eerstgeboren
Zoon, en vragen U met aandrang, dat wij naar elkaar toe groeien
door de kracht van uw heilige Geest.
Gedenk dan uw kerk, Heer, over de hele aarde. Voltooi uw liefde in
onze gemeenschap rondom de bisschop van Rome, paus Johannes-Paulus, onze bisschop Arthur, en allen die Gij tot uw dienst hebt
geroepen
Gedenk ook onze breeders en zusters die door de dood heen zijn
gegaan, en Ieven in de verwachting der verrijzenis. Gedenk aile
mensen die gestorven zijn. Neem hen op in uw barmhartigheid, en
laat hen treden in de luister van uw Aanschijn. Daarom gedenken
wij nu onze dierbare overledene, priester Antoon. Vader van ons,
wij kunnen niet geloven dat al wat hij voor ons betekend heeft nu
voorgoed verloren zou zijn, voorbij. U bent zijn Ieven, nu en altijd.
Neem ook ons allen op in uw liefde. Dan zullen wij met de maagd
Maria, de moeder van uw Zoon, met zijn apostelen en met allen die
op daze aarde leefden in uw welbehagen, de len in uw eeuwig Ieven.
Dan zal de lofzang die wij nu hebben aangeheven in dankbaar
herdenken van uw geliefde Zoon, aanhouden tot in uw heerlijkheid.
Door Hem, en met Hem, en in Hem zal uw Naam geprezen zijn,
Heer, onze God, almachtige Vader, in de eenheid van de heilige
Geest, hier en nu, en tot in eeuwigheid. Amen.

Onze Vader (P. Schollaert)

12

�Pr.: Gesterkt en bemoedigd durven wij nu dit brood en daze baker
doorgeven. Wij bidden U, lieve God, laat wat wij hebben gedaan tot
gedachtenis aan Jezus, de van uw Geest vervulde, een levend en
werkzaam taken zijn van hail en gezondheid, van onderling oprechte liefde, van vrijheid, vrede en gerechtigheid voor allen, van liefde
tot U, God, onze bevrijder.
Pr.: De vrede des Haren zij altijd met U.
AI.: En met uw Geest.

Lam Gods

I

A
I ' I

•••
f l -••. ~ •
I
I
I
•

,I

1•

f

••

-paa J&gt;o. I, • qui tol-111 pecci·ta maiiCll: do-u

I!' I f

II ' I I •. I I!' • ' I • ' I •• 1 '

• II r6qal- em. Apu De- I, • qui tol-111 pecd-ta mundl :

1 t•'•

'••lit • •·· r•r •• ,,
1

doaa e- II rtqul· em.

Apu1 J&gt;o.l, •qui tol.JI1 pecct.ta

II

I '

•• I ' •

' I

'

•

•

! f II

aaiiCll : dDaa • II r6qul- em • • lelllpl-tfr1111111.

Communie
Pr.: Wie gelooft in het eeuwig Ieven, wie onze overledene Antoon, in
een schroomvolle herinnering opneemt en wie in woord en gebaar
daze bedroefde familia nabij blijft, is waardig uitgenodigd te worden
tot de maaltijd van de Hear. Dit is Jezus Christus, kracht tot eeuwig
Ieven, het Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld.

AI.: Heer,lk ben nlet waardlg ...

13

�1.

Blljf mlj na· blj, wan·

near hat dula· ter

dealt.

··:...~ ~~=r..:...t-_:.:_L_:_r:=-.::.-1 ~

. ~-~,

r~:-:J---=- ±~~

De nacht valt In, wear· In geen Iicht meer straalt.

An· de- re hel· pars. Heer, ont· val·

len mlj.

Dar hul· pe· lo·

na· blj.

zen

hulp, wees

mlj

2. Wees blj mlj, nu de dag ten elnda apoedt.
Allee verdoft wat glans bezat en gloed.
Allee vervalt In 't wlsselend getlj,
maar GIJ die eeuwlg zljt, blljf mlj nabij.
3. U heb lk nodlg, uw genade Ia
mljn enlg IIcht In nacht en dulsternis.
Wle andere zal mljn leldaman ziJn dan GIJ 7
In nacht en ontlj, Hear, blljf miJ nablj.
4. lk vreea geen kwaad, want biJ mil Ia de Hear.
Tranen en lead zljn nu nlet bitter mear.
Waaf Is uw prlkkel, dood, wet drelgt ge mlj?
lk triomfeer, mij is de Heer nablj.
5. Houd. Heer. uw lcruis hoog voor mljn brekend oog.
IIcht In het duiater, wija de wag omhoog.
Uw dag breekt aan, de schaduw gaat voorbij.
In dood en Ieven, Heer, wees Glj nabij.

14

�Slotgebed
Pr.: God, onze Hear, Gij houdtvan de mensen zoals een Vader van zijn
kinderen. Wij vertrouwen Antoon De Somer toe aan uw lie fda, die geen
grenzen kent.
Kom hem tegemoet met uw Ieven en maak ons vertrouwd met zijn
nieuwe aanwezigheid onder ons. Sterk ons vertrouwen, verruim onze
liefde en breng ons elkaar nabij.
Wij vragen hat U door Jezus Christus, Uw Zoon, die met U leeft in de
eenheid van de Helllge Geest, voor altljd. Amen.

15

�Laatste afscheid
Pr.: Nu wij als gelovige mensen onze dierbare Antoon gaan beg raven,
bidden wij tot God voor wie alles leeft, dat Hij deze zwakke en
vergankelijke mens doet verrijzen tot nieuw Ieven en hem verenigt
met allen die reeds zijn voorgegaan. Moge God hem door de kracht
van Jezus' verrijzenis barmhartig zijn, vergeving schenken van aile
schuld en hem opnemen in zijn eeuwige liefde.

I

Ne• ~ leelt .... alch· aell,

I I I IJ

J

I J

IJ

JJ

,;.- "'!'NI ,.,, -

JI

zlch-aell. WI(

r I I r r I I ' ]In ~ ~ F t r I i

......... • .,.,_,.,...., God or a• He.rz OOft

" - • .....

~ wll ... !

Pr.: Toen God, de Heer, de aarde en hemel maakte, boetseerde Hij de
mens uit stof, van de aarde genomen. En Hij blies hem de !evensadem in. Zo werd de mens een levend, vrij wezen.
AI.: Niemand leeft voor zichzelf, niemand sterft voor zichzelf...
Wij Ieven en sterven voor God onze Heer: aan Hem behoren
wij toe.
Pr.: Als de graankorrel niet in de aarde valt, blijft hij aileen; maar als hij
sterft, brengt hij vrucht voort.
AI.: Niemand leeft voor zichzelf, niemand sterft voor zichzelf...

Wij Ieven en sterven voor God onze Heer: aan Hem behoren
wij toe.
Pr.: Wat gezaaid wordt in vergankelijkheid, verrijst in onvergankelijkheid; wat gezaaid wordt in geringheid en zwakte, verrijst in heerlijkheid en kracht. Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk
lichaam verrijst. Zo is het met de opstanding der doden.

16

�AI.: Niemand leeft voor zichzelf, niemand sterft voor zichzelf•••
Wij Ieven en sterven voor God onze Hear: aan Hem behoren
wij toe.
Pr.: Door het doopsel ward zijn Ieven onvoorwaardelijk verbonden met
het levenslot van Jezus Christus. In herinnering aan zijn doopsel
zegenen wij dit lichaam met wijwater.
En als getuigenis van ons geloof in de verrijzenis vereren wij dit
lichaam met wierook.
Luisteren wij biddend naar het Clementissime,
een mooi smeekgebed om Gods barmhartigheid in te roepen voor
de overladen priester:
Barmhartige Heer,
Gij hebt U tot in de dood
aan de mensen overgeleverd.
Bevrijd uw dienaar nu,
en verlos hem van het eeuwige kwaad.
Wis aile zonden uit en vergeet ze voor eeuwig.
Zend uw heilige gezanten om deze overledene
over te brengen naar uw Iicht.
Laat hen de toegang tot het paradijs openen
en zijn lichaam dat wij nu aan de aarde toevertrouwen,
begeleiden naar het eeuwig Ieven.
Ontferm U, Heer, over uw priester-dienaar Antoon,
vergeef hem en ook ons, al het kwaad dat wij bedreven.
Oat alles vragen wij door de voorspraak
en de verdiensten van onze Heer, Jezus Christus.
Amen.

17

�De celebrant giet nu in het kleine wassen kelkje de wijn en het water.
Hij breekt de grate hostie in vier. legt deze vier stukken in de kelk. De
kaarsjes op de wassen pateen worden aangestoken. De celebrant keert
deze om en dekt met de pateen het kelkje af. Nu sluit hij al/es in de
voorziene ruimte in de kist.

De betekenis van deze ritus is duidelijk:
de overtedene was niet aileen in deze wereld priester. hij is en blijft
priester in eeuwigheid.
Tevens herinnert deze ceremonie aan de bijzondere waardigheid van
het ambtelijk priesterschap:
het is door de woorden die de priester over brood en wijn uitspreekt,
dat de Heer in de christelijke gemeenschap aanwezig komt.

Pr.: Heer, onze God,
wij vertrouwen U onze dierbare overledene, Antoon De Somer, toe.
Nu zijn Ieven onder ons is afgebroken, vragen wij U:
Breng Gij het tot voltooiing,
dank zij Jezus, Uw Zoon, onze Heer,
die Gij uit de dood hebt opgewekt
en die nu met U leeft en heerst voor altijd.
Amen.

18

�.•.. ,.. ,.

VIII"~···'·.~.,
';~~~-~-~~~~~~~~~!i~~i
N pa-ra-41-aum • dcdd-c:ant te Ange- Ji.:

In tu-·o

1·1··1·'·· .. ~~:1 •• ,. ·~·'
adv&amp;ltu

... I ! I

cl-vl-tt-tem IIIIJIClam le- rCa-sa-lem. Cho-rus Auge-16-rum te

I ~· • ~ . •··I • • ~ •
sua- d-pl- at,

et cum U.-za-ro quondam piupe-re

I l1f4
- I a S f I I• II
aam

•a

bi-bo- u Riqul- em.

19

aet.&amp;'·

�Dank je voor je aanwezigheid.
Neem dit boekje mee als
aandenken a an deze viering
van E.H. Antoon De Somer.

20

�</text>
                  </elementText>
                </elementTextContainer>
              </element>
            </elementContainer>
          </elementSet>
        </elementSetContainer>
      </file>
    </fileContainer>
    <collection collectionId="8">
      <elementSetContainer>
        <elementSet elementSetId="1">
          <name>Dublin Core</name>
          <description>The Dublin Core metadata element set is common to all Omeka records, including items, files, and collections. For more information see, http://dublincore.org/documents/dces/.</description>
          <elementContainer>
            <element elementId="50">
              <name>Title</name>
              <description>A name given to the resource</description>
              <elementTextContainer>
                <elementText elementTextId="8">
                  <text>70. PUBLICATIONS</text>
                </elementText>
              </elementTextContainer>
            </element>
          </elementContainer>
        </elementSet>
      </elementSetContainer>
    </collection>
    <itemType itemTypeId="1">
      <name>Print</name>
      <description/>
      <elementContainer>
        <element elementId="4">
          <name>Location</name>
          <description>[Example: 10.3 Box 1 Folder 1 Item 3]</description>
          <elementTextContainer>
            <elementText elementTextId="186318">
              <text>70.2 Box 1 Folder 10</text>
            </elementText>
          </elementTextContainer>
        </element>
      </elementContainer>
    </itemType>
    <elementSetContainer>
      <elementSet elementSetId="1">
        <name>Dublin Core</name>
        <description>The Dublin Core metadata element set is common to all Omeka records, including items, files, and collections. For more information see, http://dublincore.org/documents/dces/.</description>
        <elementContainer>
          <element elementId="50">
            <name>Title</name>
            <description>A name given to the resource</description>
            <elementTextContainer>
              <elementText elementTextId="186310">
                <text>Verrijzenisviering / van H.E. Antoon de Somer.</text>
              </elementText>
            </elementTextContainer>
          </element>
          <element elementId="45">
            <name>Publisher</name>
            <description>An entity responsible for making the resource available</description>
            <elementTextContainer>
              <elementText elementTextId="186311">
                <text>Sint-Aloisiusgemeenschap - Broeders avn Liefde</text>
              </elementText>
            </elementTextContainer>
          </element>
          <element elementId="40">
            <name>Date</name>
            <description>A point or period of time associated with an event in the lifecycle of the resource</description>
            <elementTextContainer>
              <elementText elementTextId="186312">
                <text>1993</text>
              </elementText>
            </elementTextContainer>
          </element>
          <element elementId="49">
            <name>Subject</name>
            <description>The topic of the resource</description>
            <elementTextContainer>
              <elementText elementTextId="186313">
                <text>Jesus Christ—Resurrection</text>
              </elementText>
            </elementTextContainer>
          </element>
          <element elementId="41">
            <name>Description</name>
            <description>An account of the resource</description>
            <elementTextContainer>
              <elementText elementTextId="186314">
                <text>20 pages</text>
              </elementText>
            </elementTextContainer>
          </element>
          <element elementId="44">
            <name>Language</name>
            <description>A language of the resource</description>
            <elementTextContainer>
              <elementText elementTextId="186315">
                <text>Dutch</text>
              </elementText>
            </elementTextContainer>
          </element>
          <element elementId="51">
            <name>Type</name>
            <description>The nature or genre of the resource</description>
            <elementTextContainer>
              <elementText elementTextId="186316">
                <text>Monograph, books</text>
              </elementText>
            </elementTextContainer>
          </element>
          <element elementId="42">
            <name>Format</name>
            <description>The file format, physical medium, or dimensions of the resource</description>
            <elementTextContainer>
              <elementText elementTextId="186317">
                <text>Print</text>
              </elementText>
            </elementTextContainer>
          </element>
        </elementContainer>
      </elementSet>
    </elementSetContainer>
  </item>
</itemContainer>
